CGK Noordeloos

G.F. Gezelle Meerburg. In de consistoriekamer van onze kerk hangt een lang 1 - G.F. Gezelle Meerburgrij foto’s van predikanten, die vanaf de Afscheiding aan onze gemeente verbonden waren. De geschiedenis gaat terug tot woensdagavond 13 januari 1836, toen de Afgescheiden gemeente voor de eerste keer officieel bij elkaar kwam, en twee ouderlingen en twee diakenen in het ambt werden bevestigd. Het was een heel bijzondere dienst toen op die koude winteravond Andries Vogel, Klaas Middelkoop, Willem van Asch en Cornelis den Hartog hun ja-woord gaven. De voorganger was de bekende predikant ds. G.F. Gezelle Meerburg uit Almkerk. Hij is dus bij ons geen predikant geweest, maar we herdenken zijn naam met diep respect omdat hij aan de wieg stond van de Chr. Ger. Kerk van Noordeloos. Daarom hangt ook zijn foto in de fotogalerij in de consistoriekamer.

A.J. Betten. 1842 – 1847. De eerste predikant was ds. A.J. Betten, die in de zomer van 1842 bevestigd werd. In de zes voorliggende jaren zijn de moeilijkheden de nog jonge gemeente niet gespaard gebleven, maar met de 2 - A. J. Bettenkomst van koning Willem II in 1840 kwam er voor de Afgescheidenen wat meer rust. Toen werd bij de koning ook een officieel verzoek om erkenning ingediend en werd de gemeente officieel als kerk erkend. Ds. Betten was een eenvoudige predikant, waarvan opgetekend is dat hij met veel zelfopoffering in de evangeliebediening zijn werk deed. De economische omstandigheden waren nog wel zeer slecht, en dat was o.a. de reden dat in die tijd steeds meer mensen uit de gemeente vertrokken naar N. Amerika. Vijf jaar heeft ds. Betten met grote zegen in de gemeente mogen werken. Daarna is ook hij met een groot deel van de gemeente vertrokken naar N. Amerika.

H.R. Koopman. 1848 – 1851. Sinds 1848 ging proponent Hendrik Koopman in de gemeente voor. Zijn voornaam was eerst nog Hendrik, maar hij liet zijn naam wijzigen in Hendrik Ruine Koopman. Met zijn studie wilde het niet3 - H.R. Koopman erg vlotten. De classis vermaande hem eerst zijn studie af te ronden en zijn werkzaamheden in de gemeente te beperken tot het op zondag voorgaan in de gemeente. Zijn ambtsperiode in Noordeloos verliep niet helemaal vlekkeloos. Door schaduwzijden in het privéleven ontstond er onrust in de gemeente. Twee ouderlingen legden in die tijd hun ambt neer en onttrokken zich aan de gemeente. Op 11 december 1850 trouwde ds. Koopman met zijn huishoudster Dirkje Blokland. Dit alles heeft er aan meegewerkt dat ds. Koopman vroegtijdig de gemeente moest verlaten en vertrok naar Sleeuwijk. Op 26 okt. 1851 hield hij zijn afscheidspreek, waarbij nadrukkelijk wordt vermeld dat ook de consulent van de gemeente hierbij aanwezig was.

K. van den Bosch. 1854 – 1856. De derde predikant was ds. Koene van den Bosch. Hij was de oudste van een arm gezin met 9 kinderen. Om in het onderhoud van het gezin te voorzien moest de 12-jarige Koene thuis al 4 - K. van den Boschvolop meewerken als schaapherder. Zelf schrijft hij: "Tot mijn twintigste jaar kende ik geen God voor mijn hart noch had ik enige zelfkennis, maar het heeft God behaagd naar me om te zien en mij te bekeren." Na zijn bekering is het zijn wens om predikant bij de Afgescheidenen te worden. Hij studeert hard en neemt zijn boeken mee wanneer hij met de schapen naar de hei gaat. In zijn eerste gemeente maakte hij nog veel armoede mee. Naast de taken, die van een predikant en zijn vrouw verwacht worden, doet zijn vrouw naaiwerk en hijzelf breit kousen, wat hij wellicht bij de schapen op de hei geleerd heeft. Hij kwam in 1854 naar Noordeloos, maar al na twee jaar preekte hij afscheid, omdat hij een beroep kreeg van de pas geïnstitueerde gemeente van Noordeloos in Michigan (U.S.A.).

G.B. Mos. 1859 – 1866. In 1859 werd ds. Geert Barend Mos bevestigd als vierde predikant van Noordeloos. Hij was een predikant, die in alle rust en stilte zijn werk deed. Blijkbaar vond hij het niet nodig om van zichzelf een5 G.B. Mos portretschilderij te laten maken. Over zijn ambtelijk werk in de gemeente is niet veel bekend. Wel dat zijn traktement 125 gulden per kwartaal was en dat een gemeentelid voor 20 ct. per week het kerkgebouw en de plé schoonmaakte. Verder lezen we dat een broeder uit de gemeente door hem ernstig vermaand werd, omdat hij niets in de collectezak deed. Op 2 december 1866 neemt hij afscheid wegens vertrek naar Staphorst, waar hij op 5 mei 1870 overlijdt. Na zijn overlijden vertrekt zijn vrouw met haar kinderen met de landverhuizers mee naar N. Amerika waar zij nog 24 jaar woont en uiteindelijk in 1894 overlijdt.  Via het internet kwamen we deze familie op het spoor.  De foto die we uit Amerka ontvingen is niet van ds. Mos,  maar van zijn zoon Hermannus, die zijn kinderjaren in Noordeloos doorbracht. Met hem willen we ook zijn vader in gedachtenis houden.

G. Braber. 1867 – 1869. De vijfde predikant was ds. Gerrit Braber, die in 1867 in Noordeloos bevestigd werd. Tot voor kort was er weinig over hem bekend, maar via het internet kwamen we in contact met zijn familie. Hij werd 6 - G.  Braberin Noordeloos bevestigd op 10 november 1867. Wat er allemaal in die periode passeerde, is niet aan het papier toevertrouwd, maar na ruim een jaar neemt hij alweer afscheid wegens vertrek naar Idkenshuizen in Friesland. Ds. Braber vraagt voor zijn vertrek aan de kerkenraad of hij het Heilig Avondmaal nog een keer mag bedienen, maar daarvoor krijgt hij geen toestemming. In zijn Friese periode, die daarop volgt, komen we zijn naam nog tegen als bestuurslid van de Anti Revolutionaire Partij en bij de Provinciale staten. Hoewel zijn leeftijd het niet noodzakelijk maakt, vraagt hij in 1898 emeritaat aan. Hij ziet dan af van zijn emeritaatsrechten, maar na zijn overlijden worden die in 1907 door zijn vrouw toch weer opgevraagd.

E. van der Kamp. 1870 – 1877. In 1870 werd ds. van der Kamp in Noordeloos bevestigd. Hij stond bekend als een vriendelijke en beminnelijke man, maar ook van hem is verder niet veel informatie bewaard gebleven. 7 - E. van der KampWe lezen dat in zijn periode de notulen soms niet ondertekend konden worden, omdat er geen licht bij de hand was. In 1877 nam hij een beroep aan naar Maasland. Hij vroeg per brief aan de kerkenraad of hij zo mogelijk al op 18 november afscheid mocht nemen, maar door vertraging van de post kwam de brief een week te laat bij de kerkenraad aan en daardoor verschoof ook de afscheidsdatum een week. Verhuizen was in die tijd een hele onderneming. Zijn inboedel werd voor de deur ingeladen in een schip dat voor zijn huis in de boezem lag. De schipper bracht het vervolgens naar Groot-Ammers, waar het werd overgeladen in een schip, dat naar Maassluis voer. Vandaar werd het met paard en wagen naar Maasland gebracht.

H.A. Jonkman. 1881 – 1896. Harm Albert Jonkman stond in Noordeloos van 1881 tot 1896. In kerkelijk Nederland was dat een onrustige tijd, want in die periode vielen ook de jaren 1886 en 1892. 1886 was het jaar van de Doleantie, waarbij onder leiding van dr. Abraham Kuyper velen de Hervormde Kerk verlieten. 1892 was het jaar van de vereniging van de kerken, die voortgekomen waren uit de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886. In zijn periode besloot de kerkenraad niet mee te gaan met de vereniging van 1892 en te blijven wie ze waren nl. "Christelijke Gereformeerde Gemeente". Ds. Jonkman was in meerdere opzichten een bijzondere man, die niet alleen in de jaren rond 1892 krachtig leiding gaf aan de kerken, maar ook in zijn kleding een bijzondere verschijning was, omdat deze herder met zijn zwarte kuitbroek en een driehoekige steek op zijn hoofd bij zijn dorpsgenoten veel aandacht trok wanneer hij over de onverharde wegen van Noordeloos zijn schapen opzocht. Helaas is van hem nog steeds geen foto gevonden. Sommigen denken dat hij het tweede gebod "Gij zult u geen gelijkenis maken…" heel letterlijk nam en daarom zelf nooit op een foto wilde, maar helemaal zeker is dat niet.

H.J.L. de Vries. 1898 – 1904. Als kandidaat kwam ds. De Vries naar Noordeloos. Hij was de achtste predikant van onze gemeente. We lezen van hem dat hij een man was met veel wijsheid en levensernst. Iedereen die op zijn 8 - H. J. L. de Vriesweg geplaatst werd, sprak hij aan. In die tijd werd tweemaal per jaar huisbezoek gehouden. De eerste ronde begon in de meimaand als de 'voorjaarsschoonmaak' nog maar net achter de rug was. Zijn eerst vraag was dan nogal eens: "Hebt u van binnen ook al schoonmaak gehouden?" Zo had hij voor iedereen een passend woord. In het voorjaar van 1904 nam hij afscheid met de tekst uit de Aäronitische zegenbede uit Numeri 6. Onder de zegen van de grote Hogepriester liet hij de gemeente achter en betrouwde hij haar toe aan de liefdevolle zorg van de grote Herder der schapen. Hij vertrok naar Groningen.

P. de Groot. 1907 – 1913. De negende predikant, die evenals zijn voorganger als kandidaat bevestigd werd, was ds. P. de Groot. Op 3 februari 1907 werd hij bevestigd door prof. G. Wisse. Toen hij nog maar nauwelijks één 9 - P. de Grootjaar predikant was, werd hij ernstig ziek, zo ernstig zelfs dat gedacht werd dat hij door de dood zou worden weggenomen. Vanuit de gemeente steeg een gedurig gebed op om behoud en herstel van hun herder en leraar. De Heere verhoorde het gebed, maar het duurde wel een jaar voordat ds. De Groot weer volledig hersteld was. Hij heeft met veel zegen in het midden van de gemeente mogen werken. In zijn periode vonden er veel wonderlijke gebeurtenissen plaats. De Heere trok zondaren uit de duisternis van hun bestaan tot Zijn wonderbaar licht. In 1913 nam ds. De Groot afscheid van de gemeente. Zijn weg ging van het eenvoudige boerendorp Noordeloos naar de grote stad Rotterdam.

J. Jongeleen. 1914 -1920. Kort na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog nam kandidaat Jongeleen het beroep naar Noordeloos aan. Het was een moeilijke periode, omdat alle mannen van 19 tot 35 jaar, waaronder 10 - J. Jongeleenook twee kerkenraadsleden, in militaire dienst werden opgeroepen. Ondanks de grote zorgen die er waren, werd de periode getypeerd als een "gouden" tijd. De gemeente kende hem niet zonder sigaar, en voordat de catechisaties begonnen, moesten altijd eerst de sigarenbandjes geruild worden. Maar daarna kon hij in volle ernst de jongeren wijzen op de noodzaak om de Heere te dienen en Hem te volgen. Ook zijn nagelaten preken werden gekenmerkt door grote ernst en eenvoud. Na de oorlog, het was inmiddels 1920, nam hij afscheid wegens vertrek naar Maarssen.

H. Velema. 1923 – 1926. Na een vacature van bijna drie jaar nam ds. H. Velema het beroep naar onze gemeente aan. Hij was daarmee de elfde predikant van11 - H. Velema Noordeloos. In zijn periode was er een gestadige groei van kerkgangers, zodat voorgesteld werd om grenzend aan de pastorie een nieuwe kerk te bouwen. De begroting voor de nieuwe kerk was 16.000 gulden, maar de kerkenraad was van oordeel dat er best 1000 gulden af kon. De nieuwe kerk kwam er echter wel en al in 1924 werd de eerste steen gelegd. De verdeling van de zitplaatsen was in die tijd een hele puzzel, want naast de gezinsbanken, waar ouders met kinderen een plaats hadden, zaten mannen en vrouwen strikt gescheiden. De periode met ds. Velema staat bekend als een rustige periode, waarbij de gemeente gestaag groeide. In 1926 nam ds. Velema een beroep aan naar Drachten.

J. Reesink. 1927 – 1933. De twaalfde predikant was ds. J. Reesink. Zijn arbeid in Noordeloos verliep rustig. Ondanks veel beperkingen had hij de gave om goed met jongeren om te kunnen gaan. Hij was niet sterk en 12 - J. Reesinkzijn gezondheid liet vaak te wensen over. Tijdens een catechisatie in 1932 kreeg hij een bloedspuwing wat op de jongeren grote indruk maakte. Aanvankelijk werd gedacht, dat hij van zijn ziekte zou herstellen, maar op 6 februari om 3 uur 's morgens overleed hij. Hij was nog maar 45 jaar oud. De notulen uit die tijd vermelden: "Ds. Reesink miste de gave van het woord om zich gemakkelijk te kunnen uitdrukken, waardoor hij niet de waardering kreeg, waarop hij ziende op zijn trouwe dienst recht had. In hem verliest de gemeente een leraar, wiens oprechte begeerte het was, om de gemeente te bouwen op het enige fundament van Gods Woord. Zijn nagedachtenis zal in eerbiedige herinnering blijven."

R. Slofstra. 1939 – 1946. Na een vacante periode van ruim zes jaar werd kandidaat Slofstra in 1939 bevestigd als predikant. Het was voor ons land en volk een moeilijke tijd toen hij in Noordeloos stond. Omdat door de 13 - R. SlofstraDuitsers was opgedragen om 's avonds de ramen te verduisteren, werd er op zondagmiddag kerk gehouden. Voor vele jongeren uit de gemeente is hij tot steun geweest, wanneer zij door de bezetter in dienst werden opgeroepen. Te midden van het oorlogsgeweld herdacht de gemeente in 1941 het 100-jarig bestaan. Op de zondag er voor hadden bomscherven de ruiten van de kerk en de pastorie vernield. Twee keer moest ds. Slofstra met zijn gezin de pastorie verlaten, omdat de Duitsers er ingekwartierd werden. Maar de Heere heeft gewaakt over Zijn Huis en Zijn Dienst is in stand gebleven. Kort na de oorlog nam ds. Slofstra afscheid wegens vertrek naar Vlissingen. In deze veelbewogen tijd, waarin ook nog een kind van hem overleed, heeft hij met zegen in de gemeente mogen werken.

J. Jongeleen. 1946 – 1947. Na een vacature van slechts zestien dagen ontving de gemeente in ds. Jongeleen weer een eigen predikant. Hij kwam voor de tweede keer naar Noordeloos, maar het was wel een kortere periode dan de 14 - J. Jongeleeneerste keer. De gedachte leefde dat ds. Jongeleen, die zijn ambtelijke loopbaan in Noordeloos begonnen was, hier ook zou eindigen, maar dat gebeurde niet. Gods wegen zijn hoger dan onze wegen, en Zijn gedachten zijn hoger dan onze gedachten. Hij en zijn vrouw vonden blijkbaar niet meer terug wat ze in 1920 hadden achtergelaten. Ds. Jongeleen was een man, die net na de oorlogsjaren niet alleen een duidelijke prediking liet horen, maar onder zijn leiding werden er ook orderegels voor het gemeentelijke leven ingesteld. We lezen dat sommige mannen ernstig vermaand werden, omdat ze tijdens de kerkdienst op de grond spuwden. Al na twee jaar nam ds. Jongeleen afscheid wegens vertrek naar Bussum.

B. Bijleveld. 1951 – 1960. De vijftiende predikant was ds. B. Bijleveld. Ook hij kwam als kandidaat naar Noordeloos. De ouderen uit de gemeente zullen hem nog herinneren als een ernstige, warm meelevende herder15 - B. Bijleveld en leraar. Zijn eenvoudige, maar ernstige preken legden beslag op ouderen en jongeren. Altijd wist hij met een vriendelijk en gunnend woord mensen aan te spreken. Een bekend voorval uit die tijd is dat hij samen met zijn vrouw in Gorinchem op de bus stond te wachten. Terwijl zij wachtten, vloekte er iemand. Ds. Bijleveld ging naar hem toe en wees hem ernstig terecht. De andere wachtenden kwamen om hem heen staan en luisterden intens mee. Opeens riep er iemand: "Daar gaat de bus!" Ze waren zo in gedachten, dat niemand de bus in de gaten hield. Ds. Bijleveld kreeg tientallen beroepen. Het was een vreugde als hij steeds weer bedankte, maar in 1960 nam hij evenals zijn voorganger het beroep aan naar de gemeente van Bussum.

J. Kievit. 1961 – 1965. Op 11 dec. 1961 kwam de gemeente in een bijzondere bidstond bij elkaar om de noden van de gemeente aan de Heere voor te leggen. Na de bidstond was er een korte gemeentevergadering waarin 16 - J. Kievitvoorgesteld werd om kandidaat J. Kievit uit Apeldoorn bij acclamatie te beroepen. Hij mocht het beroep aannemen en al spoedig verhuisde het gezin Kievit van een klein flatje in Apeldoorn naar de grote pastorie in Noordeloos. En dat was wel even wennen. In de pastorie was in die tijd nog geen centrale verwarming, dus het eerste wat ’s morgens om zes uur te doen stond, was het aanmaken van de drie kolenkachels. Onder zijn enthousiaste leiding werd in 1964 de kerk gerestaureerd, waarbij hij niet schroomde om ook zelf een overal aan te trekken. Bekend is dat hij samen met een gemeentelid op Koninginnedag de verwarmingsbuizen geverfd heeft. We denken aan hem terug als een predikant die hard studeerde en daarnaast met veel liefde werkte in Gods Koninkrijk.

P. Beekhuis. 1968 -1981. Na een vacante periode van drie jaar kwam kandidaat Beekhuis in 1968 naar Noordeloos. Bijna dertien jaar diende hij de gemeente. De ouderen herinneren hem nog als een actieve herder,17 - P. Beekhuis die zich vaak tussen zijn schapen bevond. Een anekdote uit die tijd: In 1975 stond op een vroege zondagmorgen om zes uur een boerderij van een gemeentelid in brand. Ook ds. Beekhuis spoedde zich snel naar de plaats des onheils. Omdat het oproepen van de brandweerlieden in die tijd per telefoon ging, duurde het wel even voordat de brandweer ter plaatse was. De brandweerlieden deden geweldig hun best, maar in het dorp werd later verteld: "De dominee was er nog sneller dan de brandweer." In 1981 vertrok hij naar Rotterdam-Kralingen. Na deze gemeente nog twaalf jaar gediend te hebben, overleed hij plotseling aan een hersenbloeding. Bij velen van ons, en met name bij de ouderen uit de gemeente, zal zijn naam in dankbare herinnering blijven. 

B. de Romph. 1982 – 2006. De achttiende predikant was ds. B. de Romph, die in september 1982 in Noordeloos bevestigd werd. Aanvankelijk had hij bedankt voor het beroep dat de gemeente op hem had uitgebracht, maar 18 - B. de Romphomdat de benodigde rust daarop ontbrak, vroeg hij daarna toch nog een week bedenktijd. Na die week mocht hij het beroep in volle vrijmoedigheid aannemen. Maar liefst 23 jaar heeft hij in alle rust en stilte onder ons gewerkt. In zijn periode werd de oude kerk afgebroken en werd er een nieuwe kerk gebouwd. We denken aan hem terug als een vaderlijke herder, die in blijde en droevige omstandigheden meeleefde en bewogen was met iedereen die aan zijn zorgen was toevertrouwd. Per 1 januari 2006 ging hij met emeritaat. Bij zijn afscheid op de classis werd hij getypeerd als een predikant, die het altijd als een wonder heeft gezien dat hij in alle eenvoud in de dienst van de Heere mocht werken. Zo zal ook hij in onze herinnering blijven.

R. Kok. 2010 – 2014. De negentiende en laatste predikant was ds. R. Kok die op 12 maart 2010 werd bevestigd. Bijna vijf jaar mocht hij in Noordeloos zijn werk doen. Het was een goede periode. Net na zijn afscheid in19 - R. Kok november 2014 schreef hij in het Kerkvenster: "Wat we mochten doen in de gemeente, konden we alleen doen door de genade van de Heere. We voelden ons onder u thuis, vandaar dat het ook moeilijk valt om afscheid te nemen. Toch mogen we weten dat de grote Herder der schapen de herdersstaf niet heeft neergelegd. De Wachter Israëls, Die sluimert noch slaapt en waarop we ook in de toekomst een beroep mogen doen, zij u in alles nabij. We hopen en bidden dat het gesproken Woord vanaf de kansel en in de pastorale gesprekken, rijke vruchten mag dragen tot zaligheid van ons allen, en bovenal tot eer van Hem, Die is en Die was en Die komen zal!"

 


Home | Disclaimer | Contact

Copyright © 2012 - 2018. All Rights Reserved.